De Gudsekop
Zeilen op een
originele platbodem

Nieuws

20-08-2017

Gudsekop wel/niet skûtsje?

In de wandelgang wordt wel eens gezegd dat de Gudsekop officieel geen skûtsje is vanwege o.a. de bollestal en er schijnt iets mis te zijn met het (tjotter) roer/helmhout. Om deze belangrijke discussie wat extra voer te geven, een citaat uit Ronde en platbodem jachten1:

Dan komen we bij de schepen van ± 12 meter lengte en een draagvermogen van acht tot achttien ton. Deze schepen zijn de eigenlijke ‘skûtsjes’, waarvan er vroeger heel wat in Friesland waren en als beurtschip, potschip, bloemschip en voor andere doeleinden werden gebruikt. De kleinste hadden meestal een ‘bollestal’ en een roer met een vaste klik en losse helmstok. Bij de grotere modellen waren roer en helmstok tot een geheel verbonden. Ze voeren een gaffeltuig. Strikt genomen is dus de huidige aanduiding ‘skûtsje-silen’ minder juist, omdat het geen wedstrijden zijn tussen ‘skûtsjes’, maar tussen grotere vrachtschepen. Voorheen sprak men van wedstrijden tussen ‘beurt- en vrachtschepen’; de beurtschepen zijn er niet meer, maar de naam is voor de wedstrijden behouden. Wanneer beurtschippers vroeger ongeveer op precies dezelfde tijd uit ‘de stad’ terug zeilden naar hun dorpen, of ongeveer terzelfder tijd bij de stad aankwamen, probeerden ze elkaar uiteraard voorbij te komen en ontstonden als het ware onofficiële wedstrijden, die veel tot de goede ontwikkeling van het schip hebben bijgedragen. Nauw met deze schepen verwant, doch van iets gestrekter vorm, waren de eigenlijke ‘tjalken’ of ‘skûten’, dikwijls als modderscheepjes, turf- of aardappelscheepjes in gebruik. Het draagvermogen was aanvankelijk dertig ton, om later op te lopen tot ruim vijftig ton; lengte zestien tot twintig meter.

De Gudsekop lijkt daarom een groot uitgevallen versie van het oorspronkelijke skûtsje, maar nog wel met de oorspronkelijke bollestal en het losse helmhout. De vaste klik (i.e. roerkopversiering) voldoet mogelijk niet helemaal aan de eisen?

Verder bestaat het verhaal over de naam 'bollestal' dat op dergelijke scheepjes dat de plek was waar de stier stond, met de koeien op het dek. Op die manier kon de stier niet constant de koeien bespringen. Een praktisch bezwaar tegen dit verhaal is dat het vrij lastig geweest moet zijn om het roer en de grootschoot te bedienen met een stier in de bollestal. Een citaat uit Skipperstaal2:

Bollestâl (de) = stuurkuip

Een dekschip had een achterdek waarin een ruimte was uitgespaard waarin de stuurman stond, ook sommige vissersschepen, zoals de Wierumer aak hadden dat. Dat staangat heette ook bollestâl. De oorspronkelijke afmetingen ervan komen overeen met het urinerooster in een stierenstal (ca. 60 bij 90 cm.) op een boerderij. Meer voor de hand ligt een relatie met het aangetroffen woord ‘stierplicht’, in modern Nederlands, stuurplecht. Dat was de plek vanwaar op zeeschepen gestuurd werd. Wellicht is het Nederlandse stier, mannelijk rund, in het Fires volksetymologisch vertaald tot bolle, waarna, associatief of via het al bekende begrip stuurstoel, het woord stâl (stal) daaraan is toegevoegd.

Oftewel, de stier uit stierplecht werd bolle en de plecht werd stoel en vervolgens stâl. En nu wordt blijkbaar het Friese bollestâl vertaald tot stuurkuip in het Nederlands.

Aanvullingen? Mail Tjebbe. Updates deel ik op deze pagina.

Tjebbe (Gudsekop schipper)

 

 

 

1 Ronde en platbodem jachten, Mr. Dr. T Huitema, 5e druk, Van Kampen & Zoon B.V., Amsterdam, 1977.
2 Skipperstaal - Lexicon van de Friese schipperij 1850-2000, K. F. Gildemacher, K. Jansma, J. Kuipers, PENN & Partners, Leeuwarden, 2003.

« Naar alle nieuws-items

 

Aanmelden Gudsekop-nieuwsbrief

Wij versturen ongeveer zes keer per jaar een nieuwsbrief met actuele informatie over het schip en mogelijkheden om mee te varen. Meld je aan via het contactformulier.

Facebook

Het meeste lees je eerder op Facebook.com/gudsekop.

Archief 'Bandje d'r Tussen'

Bekijk oude publicaties van 'Bandje d'r Tussen'.


© stichting de Gudsekop | privacyverklaring